woman in black long sleeve shirt wearing black framed eyeglasses

Hoogbegaafd of neurodivergent? Het verschil dat ertoe doet.

Hoogbegaafd of neurodivergent? Het verschil dat ertoe doet.

Hoogbegaafd of neurodivergent? Het verschil dat ertoe doet.

Twee termen die door elkaar lopen, en waarom dat in de praktijk uitmaakt.

In de gesprekken die ik voer, komen deze twee woorden steeds vaker langs. Soms als geruststelling ("ik ben dus niet de enige die zo werkt"), soms als verwarring ("ben ik nu hoogbegaafd of neurodivergent of allebei?"). Ze worden vaak in één adem genoemd, en dat is begrijpelijk. Maar ze zijn niet hetzelfde, en het verschil maakt uit voor wat je ermee kunt doen.

Wat de termen eigenlijk zeggen

Neurodivergentie is een paraplubegrip. Het zegt: jouw brein werkt niet zoals het brein van het statistische gemiddelde. Onder die paraplu vallen verschillende profielen, waaronder ADHD, autisme, dyslexie, hoogsensitiviteit en in sommige definities ook hoogbegaafdheid. Het is een breed kader dat aangeeft: hier is iemand die anders bedraad is.

Hoogbegaafdheid is specifieker. Het verwijst naar een combinatie van snel kunnen leren, complex kunnen denken, intens kunnen voelen, en bovengemiddeld nieuwsgierig zijn. Niet elk hoogbegaafd persoon noemt zichzelf neurodivergent, en niet elk neurodivergent persoon is hoogbegaafd.

Waar de verwarring vandaan komt

Veel hoogbegaafde mensen herkennen zich in beschrijvingen van neurodivergentie. Snel afgeleid raken, intens reageren op prikkels, moeite met routines, voorliefde voor diep duiken in onderwerpen. Die overlap is reëel. Sommige onderzoekers vinden dat hoogbegaafdheid ook onder neurodivergentie hoort, anderen houden het bewust apart.

Voor de mensen zelf maakt het soms weinig uit welk woord wordt gebruikt. Ze zoeken vooral naar een verklaring voor waarom ze zich anders voelen. En een woord dat een gevoel benoemt, geeft rust.

Waarom het in de coachingspraktijk wel uitmaakt

In het werk dat ik doe, gaat het zelden om het label op zich. Het gaat om wat we ermee gaan doen. En daar lopen de paden uit elkaar.

Bij iemand met ADHD ligt de uitdaging vaak in structuur, planning en het werken met aandacht die niet kiest waar hij op valt. Bij iemand op het autismespectrum gaat het vaak over sociale codes, zintuigelijke prikkels en het navigeren van een wereld die andere regels hanteert. Bij een hoogbegaafd persoon zit de uitdaging vaker in de vertaalslag: hoe zet ik mijn manier van denken in zonder mezelf in te houden of de ander te verliezen?

Die verschillen zijn belangrijk. Een coach die alle neurodivergente mensen op dezelfde manier benadert, mist de kern. En iemand die alleen in het hoogbegaafdheidskader denkt, ziet soms iets anders over het hoofd dat ook meespeelt.

Wat ik probeer te doen

In een eerste gesprek ga ik niet op zoek naar een label. Ik kijk naar wat iemand vertelt, hoe iemand denkt, wat er in zijn werk en leven wringt. Soms is hoogbegaafdheid de duidelijke ingang. Soms is er meer aan de hand en zoeken we samen naar wat er speelt. Soms blijkt het label minder relevant dan de vraag eronder.

Het ene sluit het andere niet uit. Wel weet ik dat alleen werken vanuit een paraplubegrip te grof is. Mensen verdienen begeleiding die past bij hoe zij echt werken, niet bij de doos waarin ze zichzelf hebben geplaatst of waarin iemand anders ze heeft geplaatst.

Wat je hieraan hebt als lezer

Als je voor jezelf met deze vragen worstelt: gun jezelf de tijd om te onderzoeken wat van toepassing is. Een label kan helpen, maar het is geen eindstation. Wat je écht nodig hebt is begrijpen hoe jouw manier van denken en voelen werkt, en hoe je daar je leven en werk op kunt afstemmen.

Als je leiding geeft aan iemand die zich in een van deze beschrijvingen herkent: vraag niet naar het label. Vraag wat hij of zij nodig heeft om goed te kunnen werken. Dat is de vraag die je verder helpt.

Herken je deze vragen in je eigen werk of bij iemand in je team? Plan een kennismakingsgesprek, dan kijken we wat er bij jou speelt